De zonnestralen pakken zich samen
Mensen lachen
Een hond blaft
Kinderen spelen
De dag wacht tot ze kan overgaan
Nacht
Starend stuur ik door het leven
Automatische piloot
Willen geven, maar nemen
Stapelwolken
De donder hoopt zich in me op
Het kan nergens heen
Ik straal donkere zonneschijn
Alles om me heen lijdt pijn
Een bloem in de bloei
Ik zie een blad dat verwelkt
Een jong verliefd stel flirt
Ik zie de basis van ruzie in haar blik
Wie ben ik, wat geloof ik?
De druk wordt hoog, pijnigt de geest
Mijn lichaam trilt, nog even en ik ben er geweest?
Toch, nog lang niet, ik geniet!
Van kleine zaken
En de groeiende drukkende donder?
Ooit zal die ontladen
Tot die tijd is de mogelijkheid
De energie te gebruiken
Om te zetten
In dadendrang
Liefde
Eeuwige, durende liefde
Een houden van zo krachtig
Diep, zo ver
Waar het licht wacht
Tot mijn liefde is teruggebracht!



